Zoeken
  • Menno van der Veen

Participatie: van zinloos babbelen tot meebeslissen


Wanneer spreek je eigenlijk van participatie? De afgelopen twee jaar heb ik geprobeerd die vraag te beantwoorden, vanuit het principe: ‘als je over participatie wil spreken, dan moet je wel weten wat het is.’

Dat principe blijkt niet breed gedeeld. Participatie is een beetje zoals ‘de tijd’: iedereen spreekt erover, werkt ermee, maar leg maar eens uit wat het is.


Verschillende definities

In de praktijk kom je een aantal verschillende betekenissen voor het begrip ‘participatie' tegen. Ik licht er een paar uit aan de hand van uitspraken. Een lid van een burgerplatform vroeg bij een informatieavond: ‘Welke ruimte is er voor participatie?’ Hier wordt gedoeld op de ‘meebeslis-betekenis’ van participatie: de mate waarin plannen nog kunnen worden aangepast op basis van de inbreng van de omgeving.


‘We participeren ons suf, maar zonder resultaat,’ luidde de kop boven een nieuwsbericht dat ik tegenkwam. Hier wordt eigenlijk het omgekeerde bedoeld: participatie als term om aan te geven dat mensen juist geen ruimte ervaren om mee te beslissen. Je 'suf participeren’ houdt in dat mensen het gevoel hebben langs inspraakavonden, co-creatie sessies en werkateliers te banjeren, zonder dat hun inbreng resulteert in aanwijsbare veranderingen. Ik noem dat de ‘zinloos-gebabbel betekenis’ van participatie.


‘We hopen dat burgers ook willen participeren,’ hoorde ik laatst een marktpartij zeggen over de plannen voor groene investeringen in een buurt. ‘Hopen dat burgers willen participeren’ betekent dat initiatiefnemers van projecten hopen dat de omgeving wil bijdragen aan de kosten van voorzieningen in de vorm van vrijwilligerswerk of een financiële bijdrage. Ik noem dat de ‘burgerbijdrage-betekenis’.


Benoem de definitie

Het lijkt mij goed om de betekenis van participatie steeds expliciet te benoemen. Veel onvrede en verwarring ontstaat doordat initiatiefnemers en omgeving verschillende bedoelingen hebben met participatie. Wat door burgers als ‘zinloos gebabbel’ wordt ervaren, staat dan voor initiatiefnemers bijvoorbeeld in het teken van het afstemmen van de juiste ‘burgerbijdrages’.


Wanneer is er volgens mij sprake van ‘echte participatie?’ Ik zou de nadruk leggen op wederkerigheid. Participatie zou ik definiëren als een proces waarin zowel voor initiatiefnemers als de deelnemers iets te winnen valt. Een participatietraject start met de wens van initiatiefnemers om hun plannen aan te passen aan de inbreng van de omgeving, en met een omgeving die begrijpt dat niet aan alle wensen tegemoet kan worden gekomen. Het doel van participatie: projectsolidariteit, een goed proces en veranderde plannen resulteren erin dat alle betrokkenen elkaar willen helpen om het project zogoed mogelijk te realiseren.


Kom je dat in de praktijk vaak tegen? Ja hoor, maar ook vaak niet.

Instituut voor Omgevingsparticipatie | Pakhuis de Zwijger | Piet Heinkade 181-D 1019 HC Amsterdam | 020-261 79 75
  • LinkedIn - Black Circle
het Instituut voor Omgevingsparticipatie is powered by Tertium